Fiscaal
- Inkomstenbelasting
- Omzetbelasting
- Loonbelasting
- Vennootschapsbelasting
- Dividendbelasting
- Overdrachtsbelasting
- Successie- en schenkingsrecht
Inkomstenbelasting
De inkomstenbelasting onder de Wet Inkomstenbelasting 2001 wordt gekenmerkt door de zogenaamde boxenstructuur. Voor elke box geldt een eigen tarief. Het gaat om drie boxen:
- box 1 betreft inkomsten uit werk en woning, er geldt een progressief schijventarief met een maximum van 52%;
- box 2 betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, er geldt een vast tarief van 25%;
- box 3 betreft inkomsten uit sparen en beleggen, er geldt een vast tarief van 30% over een wettelijk vastgesteld rendement van 4% (feitelijk 1,2%) over het gemiddelde saldo van de in box 3 vallende bezittingen en schulden.
Verder zijn er een aantal aftrekposten, behorende tot de persoonsgebonden aftrek, zoals alimentatiebetalingen, uitgaven wegens ziekte en giften. De persoonsgebonden aftrek komt in mindering op het inkomen in box 1 en voor zoveel nodig achtereenvolgens op het inkomen in box 3 en box 2.
Omzetbelasting
Omzetbelasting ofwel BTW is een belasting die de overheid heft op de levering van producten of diensten. Het standaardtarief bedraagt 19%. Voor bepaalde producten en diensten gelden echter uitzonderingen.
Het nultarief en de vrijstelling zijn niet hetzelfde. Bij prestaties die belastbaar zijn tegen het nultarief heeft de onderneming recht op aftrek van de in rekening gebrachte voorbelasting, terwijl de vrijgestelde ondernemer deze aftrek ontbeert. Het (fiscaal relevante) verschil tussen beide manifesteert zich dan ook met name indien er zich na deze schakel in de productiekolom nog een andere schakel bevindt die met BTW moet factureren. In plaats van het nultarief is het dan ook beter te spreken over de vrijstelling met recht op vooraftrek.
Loonbelasting
De loonheffing en de premies sociale verzekeringen worden ingehouden op of geheven over het loon. Als er sprake is van loon dan betekent dat nog niet dat er loonheffing en/of premies sociale verzekeringen moeten worden ingehouden. Vergoedingen en verstrekkingen zijn vrij van heffing. Loonbelasting is een redelijk vaak veranderende materie. Neem voor een actuele stand van zaken contact met ons op.
Vennootschapsbelasting
Vennootschapsbelasting wordt geheven van in de Wet genoemde lichamen die in Nederland zijn gevestigd. Daarbij is niet van belang of de oprichting naar Nederlands recht of naar buitenlands recht heeft plaatsgevonden. Voor naar Nederlands recht opgerichte lichamen geldt bovendien dat deze in beginsel geacht worden steeds in Nederland te zijn gevestigd. De praktische betekenis hiervan is overigens gering, omdat in verdragen meestal de plaats van de werkelijke leiding van het lichaam bepalend is voor de vestigingsplaats en voor de toewijzing van de heffingsbevoegdheid.
De verschuldigde vennootschapsbelasting wordt berekend op basis van het belastbaar bedrag van het betreffende boekjaar. Het belastbaar bedrag is opgebouwd uit de (volgens fiscale maatstaven) berekende winst, verminderd met eventuele giften, verminderd met eventueel te verrekenen verliezen uit voorgaande jaren. Het vennootschapbelastingtarief over 2007 is als volgt:
- over het belastbaar bedrag tot en met € 25.000 wordt 20% belasting geheven;
- over het belastbaar bedrag tussen € 25.000 en € 60.000 wordt 23,5% belasting geheven;
- over het belastbaar bedrag boven € 60.000 wordt 25,5% belasting geheven.
Voor 2008 zijn de tarieven als volgt:
- over het belastbaar bedrag tot en met € 40.000 wordt 20% belasting geheven;
- over het belastbaar bedrag tussen € 40.000 en € 200.000 wordt 23% belasting geheven;
- over het belastbaar bedrag boven € 200.000 wordt 25,5% belasting geheven.
Dividendbelasting
De wet op de dividendbelasting regelt de dividendbelasting die de Nederlandse rijksoverheid heft met betrekking tot opbrengsten uit aandelen (en de daarmee gelijkgestelde rechten) in vennootschappen die in Nederland gevestigd zijn. De Nederlandse dividendbelasting is een afzonderlijke heffing.
Overdrachtsbelasting
Overdrachtsbelasting is de belasting die wordt geheven bij overdracht van een onroerende zaak. De overdrachtsbelasting bedraagt 6% van de koopsom en wordt bij bestaande bouw meestal door de koper betaal. Bij de aankoop van nieuwbouwwoningen wordt geen overdrachtsbelasting geheven, maar BTW.